Juni-Oktober 2024
ik ben weg van je
dus kom weg met me.*
onze horizonnen verbreden
terwijl we nieuwe horizonnen betreden en
we hoeven ons geen zorgen te maken
Om waar we ons begeven, want
voor even hebben we elkaar
en dat is meer dan genoeg
in dit leven.
Op balkon (m.vi)
Misschien is het oké zo,
jij die toch wel doet wat je wil
ik die me altijd zal buigen naar jou
de en het ander misschien
is dat de bedoeling, dat ik
altijd meer zal zien
en voelen en denken en verwachten
misschien is dat mijn vloek
misschien is dat hoe het moet zijn
en misschien is dat helemaal niet erg,
stiekem juist wel fijn want
er leeft iets in het onbereikbare
de plek tussen verlangen en vervulling en
wat leeft dat geeft hoop
een plek om te mogen dromen
buitensporige bewondering voor dat wat juist niet bestaat;
dat is toch geluk?
openhartig
ze siddert en ze beeft:
het skelet van mijn geest
alsof ze met kracht is open geropt
alsof mijn hart buiten mijn borstkas klopt
door allen te zien en te betasten
en dat doen ze, ze betasten
met hun godvergeten handen
geen genade; gebroken wanden
een snede hier, een scheur daar
zodat, wanneer mijn hart haar
originele plaats weder bezet
en terug mijn ziel haar zin voortzet
ze anders beweegt; ze klopt niet
zoals ze deed, er klopt iets niet
al het beloofde goeds en lief
weegt niet op tegen het leed
kan haar maar beter gaan verpanden
beter heel ’t skelet bepantseren
zodat ze niet voor eeuwig lijdt
onder ’t kwaad van de handen van anderen
