Luna

Voor ILFU – November 2024

Ze stuurt, en trekt, en glanst, en schittert zo groots, dat zelfs de zon zijn stralen aan haar leent. Dan schijnt ze in de nacht, wanneer iedereen slaapt en wacht tot de ochtendstond, tot het goud aan de lucht en zij dan weer verdwijnt—maar daarvoor, in het zwart tussen twaalf en zes, is ze de pracht en praal zelve. Ze verlicht de golven voor de schippers; ze verrijkt de hemel met een gids. Natúúrlijk is de oceaan verliefd op haar: dat zou ik ook zijn als ik de haar was. Ik zou mijn tij keren, mijn stroming bijsturen, mijn golven doen groeien, me dag in, dag uit naar haar wenden, zodat ze weet dat ik liever bij haar dan ver weg ben, liever met haar dan zonder ben.