Er viel niets meer te zeggen

Augustus 2024Over liefde. Het vasthouden eraan en het verliezen ervan.

Met twee baguettes in zijn rugtas en een zakje croissants in zijn rechterhand fietst Bram terug naar de boerderij. De zon staat nog maar kort aan de hemel maar het is al tergend warm. Een lichte bries biedt verkoeling op de fiets, en toch druppelt het zweet van zijn voorhoofd naar zijn kin. Dat komt niet enkel door het balanceren van de broodjes op de fiets in de zuid-Franse hitte. Er is iets met Julia aan de hand, maar hij weet niet wat. Hij stopt met trappen, laat zijn fiets uitrollen en stapt af. Even op adem komen in de schaduw.

Kijkend naar de uitgestrekte lavendelvelden beginnen de tranen in zijn ogen te prikken. Hij haalt een hand over de zachte bloemen heen, brengt hem naar zijn neus en inhaleert diep. De sterke geur doordringt zijn hele lichaam. Wat moet je doen als je aan alles merkt dat je vriendin interesse in je verliest, maar je niet toelaat om dat te bespreken? Waarom was ze zo gesloten? Vroeger praatten ze over alles. Het kleinste argument werd tot in detail uitgesproken en afgehandeld. Nooit boos naar bed, dat was ze al bijna drie jaar lang gelukt. Tot in de laatste paar maanden, waarin ze niet zozeer boos, maar onverschillig naar bed gingen. Wat ging er in Julia’s hoofd om? En waarom was ze zo onbereikbaar?

            Na tien minuten stapt Bram weer op de fiets. Waarom hadden ze eigenlijk gekozen om een boerderij te huren? Het is oud, rommelig en het stinkt. Het enige geluid is dat van de krekels; er is geen mens of hond te verkennen binnen een straal van 5 kilometer. Behalve twee katten en twee kippen plus een vijver vissen waar ze voor moesten zorgen. Waarom verbleven ze niet één van de dorpjes die ze onderweg tegenkwamen? Dan was er nog wat te doen. Marktjes om rond te struinen, bezienswaardigheden om te bezoeken, terrasjes om aan te zitten. Mensen kijken. Rumoer. Afleiding. Iets anders dan de stilte die thuis al oorverdovend was.

            Julia loopt van het bed naar de badkamer. Wat vindt ze de boerderij toch heerlijk. De prachtige tuin, een grote vijver en een boekenkast vol boeken. Ze kon ze dan wel niet allemaal lezen, maar het stond wel sfeervol. En er was een plank met Engelse exemplaren. Er was ten minste iets aan het verblijf om mee bezig te zijn; katten en kippen die verzorgd moesten worden, een aantal moestuinen die geoogst moesten worden en een vijver vol vissen die gevoerd moest worden. Als ze een kaal appartement in een dorp hadden gehuurd zaten Bram en zij alleen maar het behang van de muur af te staren. Bovenal was er rust, en niemand om hen heen om die te verstoren.

            Ze stapt onder de douche. De koude stralen werken verfrissend maar haar gedachten zijn verwilderd. Bram. Haar eerste liefde en de meest toegewijde vriend die ze zich kan voorstellen. Maar sinds een aantal maanden is haar liefde weg aan het ebben en ze begrijpt niet goed waarom. Op papier is alles perfect: twee studerende twintigers, beide uit welvarende families, beide weten wat ze willen doen in het leven. Hun ouders kunnen het goed met elkaar vinden en ze zijn allemaal in dezelfde buurt opgegroeid. Op geen enkel vlakt botst het.

Die trouwe ogen, die onschuldige lach. Hoe kon dat fijne, vertrouwde gevoel dat ze daar altijd van kreeg nou zoveel minder worden? Met zijn eindeloze geduld en empathie was hij de perfecte partner voor Julia, precies wat ze nodig had. Maar hij hield haar ook terug. Tijdens de twee maanden dat hij weg was voor stage had ze tijd voor andere hobby’s, stelde ze nieuwe doelen en ontdekte ze nieuwe mensen. Er kwam ruimte voor meer. Voor anders. Met Bram’s thuiskomst voelde het alsof zijn dromen de hare overschaduwden. Wanneer ze de douche uitstapt ziet ze Bram aankomen fietsen door het badkamerraam. Gauw in de kleren.                                           

***

‘Hi, schat,’ zegt Bram.

‘Is het allemaal gelukt?’ vraagt Julia.

‘Ja, zeker,’ antwoordt hij. ‘Ik heb twee stokbroden gehaald, dan hebben we vast één voor vanavond. Ik dacht aan een soepje, dat hebben we nog in de kast staan.’

‘Prima,’ zegt Julia.

Zonder al te veel te zeggen dekken ze samen de tafel. Die stilte was ze inmiddels heel bekend; de laatste weken kwamen de gesprekken een stuk minder soepel op gang. Bram leek het maar niet goed te snappen. Er was iets aan de hand, zoveel wist hij, maar dat het richting een break-up ging leek hij maar niet door te krijgen.

‘Ik heb ook een paar croissantjes gehaald,’ gaat Bram verder. ‘Het is immers de laatste dag.’

‘Lekker, schat,’ zegt Julia. ‘Doe mij er maar ééntje.’

Het was een dans waarvan ze de stappen uit hun hoofd kenden. Beide wisten ze dat er iets in de lucht hing, maar wat dat precies was wist alleen Julia. Ze wist precies hoe ze zich moest gedragen om niks te laten merken. Ze deed het niet eens expres; opgroeien in twee gezinnen met steeds weer nieuwe stiefouders had het haar eigen gemaakt. Wat ze wel expres deed was het gesprek van een break-up uitstellen. Niet nu. Niet op vakantie. Nog één dag, dan de terugreis, en dan zou het in Nederland wel aan bod komen. Het vermijden van conflicten had ze ook geleerd door haar stiefouders, specifiek haar laatste stiefmoeder. Een narcist, tegen wie niet te winnen viel. Het was niet goed, dit uitstellen, dat wist ze. Maar ze kon het niet. Nog niet.

‘Zullen we zo even wandelen?’ stelt Bram voor. ‘De lavendelvelden staan nu helemaal in bloei. Het is prachtig, ik rook het al onderweg terug van de bakkerij.’

‘Oh, heerlijk. Is goed, laat me even mijn wandelschoenen zoeken,’ zegt Julia.

***

Samen lopen ze het erf af. Er is geen fiets of auto te bekennen, het enige geluid dat ze horen is hun gehijg en hun voetstappen. Alsof ze de enige op aarde zijn.

Bram doorbreekt de stilte. ‘Juul, ik zit te denken aan komend studiejaar.’

‘Wat dan?’ vraagt Julia.

‘Jij gaat het tweede jaar van je master in, ik begin aan het laatste jaar van mijn bachelor. Word het niet tijd voor de volgende stap?’

Julia’s hart begint sneller te kloppen. Oh, nee. Niet nu. ‘Wat heb je in gedachten?’

‘Nou, zoals je weet vertrekt Lisa in februari uit jouw appartement. Wat dacht je ervan als ik er dan bij intrek?’

‘Moeten we dat tegen die tijd niet even aanzien? Dat duurt nog een half jaar.’

‘Ja, oké,’ antwoord Bram. ‘Maar de tijd gaat snel. En ik heb op een opzegtermijn van twee maanden,’

‘Oké, dat geeft ons dus nog minstens vier maanden om hier goed over na te denken,’ zegt Julia, iets stelliger dan ze in gedachten had.

‘Maar je hebt er toch wel zin in, Juul? Samenwonen? Zoals we altijd in gedachten hadden?’ vraagt Bram.

‘Ja, natuurlijk wel. Maar ik denk gewoon dat we niet te ver vooruit moeten kijken. Helemaal niet nodig.’  

***

Er zit liefde in seks. Toch? Terwijl Julia de tafel afruimt loopt Bram naar de schuur toe. Het begint al te schemeren en de krekels tjirpen volop. Hij verzamelt hout en stookt alvast een vuurtje in de tuin. Kunnen ze daar zo meteen knus bij gaan liggen. Na het gesprek van vanmiddag is het nodige zaak om de sfeer er weer in te brengen.

Hij loopt terug de boerderij in, naar de keuken waar Julia met de afwas bezig is, en omhelst haar. ‘Wat een fijne avond, lief,’ zegt hij volhardend. Bij Julia beginnen de tranen in haar ogen te prikken. Ze kan er niet meer omheen. Bram kust haar in haar nek, zachtjes, en dan steeds gretiger; het trucje dat vroeger altijd werkte. Ze reageert precies zoals hij wil: ze draait zich om en kust hem. Met haar ogen dicht ziet hij haar tranen niet. Als één voorwerp bewegen ze zich naar het bed. Terugvallen in oude gewoonten, denkt Bram, dat is wat ze nu nodig hebben. Elkaar bewijzen dat hun lichamen nog bij elkaar horen. Bij elkaar willen horen. Ze kleden elkaar uit, kledingstuk voor kledingstuk. Bram gaat zijn routine af, hij weet precies wat hij moet doen om Julia gek te maken. De tijd nemen bij het zoenen, dan richting haar nek—specifiek de linkerkant—en dan beide borsten langs. Bram kust haar hele lichaam. Hij daalt steeds zuidelijker af en wil haar ondergoed uittrekken. Dan stopt Julia hem.

‘Eh, nu even niet,’ zegt Julia, en ze kijkt hem aan. Bram ziet haar rode ogen en deinst achteruit.

‘Nu niet,’ vraagt Bram, met een rilling in zijn stem, ‘of nooit meer?’

Julia slaat haar ogen toe, de schaamte straalt van haar gezicht.

‘Daar hebben we het,’ zegt Bram. Hij kleedt zich nors aan, loopt naar buiten en gaat bij het vuur zitten.

***

Bram staart naar de gloeiende vlammen, die steeds intensiever lijken te branden. Het enige dat er nog te horen valt is het geknetter van het vuur; zelfs de krekels zijn stil. Julia komt bij hem zitten en veegt de tranen van zijn wangen. Ze ziet de vlammen in zijn betraande ogen. Even is ze weer terug bij hun eerste date, toen de kaars die tussen hen op tafel stond ook in zijn ogen weerkaatste. Het is een beeld dat ze nooit zal vergeten.

‘Ik weet niet wat het is, liefje,’ zegt ze.

‘Dat is wel duidelijk, toch? Je houdt niet meer van me,’ snikt Bram.

‘Natuurlijk houd ik van je. Ik heb nog nooit zoveel van iemand gehouden als van jou,’ en ze begint ook te snikken. Er vormt zich een druk op haar borst, een gevoel dat haar al te bekend is geworden de afgelopen weken, dat elke keer opzette wanneer dit gesprek dreigde te komen.

‘Maar dat betekent niet dat het helemaal goed zit. Ik denk dat er een aantal fundamentele dingen mis gaan tussen ons, waardoor er teveel basis ontbreekt voor een goede relatie.’ Ze had deze zin zo vaak in haar hoofd gerepeteerd. Klonk het wel oprecht genoeg?

‘Zoals wat, dan?’ vraagt Bram. Hij lijkt er geen moeite mee te hebben.

‘Ik denk bijvoorbeeld dat we te veel verschillen als mens. Jij bent… extravert… je hebt mensen om je heen nodig. Ik heb stilte nodig… en tijd voor mezelf.’

‘Maar daar kunnen we toch rekening mee houden?’

‘Ik denk dat we dat nu lang genoeg hebben geprobeerd… Het werkt niet meer voor mij,’ zegt Julia terwijl het drukkende gevoel steeds meer toeneemt. ‘We hebben andere belangen, andere invullingen van onze tijd.’

‘Oké…’ aarzelt Bram.

‘En ik denk dat… toen jij weg was, ik heb ontdekt hoe het is om te leven zonder restricties,’ Gaat Julia verder.

‘Restricties? Dat vind ik een heel groot woord,’ zegt Bram.

‘Ik heb niet het gevoel alsof ik alles kan doen wat ik wil doen,’ legt Julia uit. ‘Ik voel me gevangen in een aantal ongeschreven regels die jij hebt opgesteld.’

Steeds meer sterren verschijnen aan de hemel.

‘Maar als we dat aanpassen dan? Leg uit wat het is, dan verander ik dat,’ stelt Bram voor.

‘Dat werkt niet zo, lief,’ de tranen rollen over haar wangen. ‘Hoe graag ik het ook wil, dit is gewoon wie wij zijn. En dat gaat niet meer samen.’ Ze probeert diep adem te halen, maar haar borstkas laat het niet toe. ‘Het is niet eerlijk om in een relatie te blijven als beide mensen niet evenveel van elkaar kunnen genieten. Dat is niet eerlijk voor jou, want je verdient iemand die net zo gek is op jou als jij op haar.’

‘Maar ik wíl niemand anders,’ zegt Bram. ‘Jij bent het voor mij, begrijp dat nou.’

Julia draait haar gezicht weg om even met zichzelf te kunnen huilen. Ze weet dat het de goede keuze is. Maar het doet zoveel pijn. Afscheid nemen van het mooiste mens dat ze ooit heeft leren kennen. Afscheid nemen van zijn warmte, zijn geur, zijn ogen, zijn liefde. Ze kijkt naar de sterren. Ze bereid zich voor op de meest gruwelijke zin die ze nu kan zeggen, maar toch echt zal moeten zeggen. Het was het grootste verdriet dat ze iemand aan kon doen, zeker iemand als Bram. Hij was de liefde zelve; hoe kon ze het hart breken van iemand die de zijne zo op die van haar had gevestigd?

‘Ik verdien het ook,’ snikt ze, ‘om net zo verliefd te kunnen zijn op iemand zoals jij op mij bent.’ Bij die zin breekt Bram helemaal. ‘Het spijt me zo, zo erg, Bram,’ voegt ze eraan toe.

‘Dit was niet de afspraak, je kan niet zomaar bepalen voor ons dat het over is,’ zegt Bram tussen het snikken door. ‘Ik weet niet wat ik zonder je moet, Juul, dat kan niet, dat mag niet, dat kan ik niet—’

Troost. Het enige tegengif voor liefdesverdriet. Zelfs als het wordt veroorzaakt door degene die je liefhebt.

‘Sshht,’ sust Julia zachtjes, terwijl haar zoute tranen prikken in haar zongebrande huid.

‘Sshht…’

Bram’s schouders schokken in Julia’s armen. Hij huilt en huilt, en ze huilen samen. Ze huilen om de dagen die ze samen hadden en nooit meer terugkrijgen. Om alles dat ze gaan verliezen waarvan ze dachten het voor altijd te hebben. Om alle dromen die ze samen droomden en nu geen werkelijkheid meer zullen worden. Zo zitten ze, in elkaar gedraaid, kijkend naar de dansende oranje vlammen voor wat voelt als een eeuwigheid. Maar de stilte die hen zo bekend was, die zo door hen heen had gesneden, had nu eindelijk een prettige vorm aangenomen. Er was geen onduidelijkheid meer. Geen misvattingen. Geen onvervulde verlangens. Bram wist waar hij aan toe was. En Julia ook. Ze konden samen zijn, samen genieten van de stilte zonder te moeten praten. Zonder uitleg te hoeven geven, zonder verantwoording af te hoeven leggen. Er viel niets meer te zeggen.